Infobundel
Ik heb een infobundel gemaakt voor leerkrachten. Dit helpt hen om het proces van één-taakdozen beter te begrijpen

Wat?
Een 1-taak-doos is een doos of map met één/meer duidelijke opdrachten die een kind zelfstandig kan uitvoeren. De taak heeft een duidelijk begin en einde en is zo opgebouwd dat het kind stap voor stap kan werken.

Waarom/doel?
Één-taak-dozen ondersteunen de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van kinderen. Ze bieden structuur en zorgen voor rust door de duidelijke opdracht. Kinderen kunnen op een speelse en laagdrempelige manier oefenen op verschillende vaardigheden. Door herhaling en succeservaringen worden nieuwe vaardigheden aangeleerd en de concentratie verbetert.

Wie?
Één-taak-dozen zijn inzetbaar voor alle kinderen, maar worden vaak gebruikt bij kinderen met een IAC. (bv. Type 2) Ze zijn ook geschikt voor andere kinderen die moeite hebben met organiseren, concentreren of zelfstandig werken. Je kan al werken met één-taak-dozen vanaf de peuterklas. Hierin steek je actie-reactie en sensomotorisch materiaal.

Wanneer?
Één-taak-dozen kan je het best inzetten tijdens werkmomenten of vrij spel. Ze kunnen ook gebruikt worden als extra oefening of als rustmoment binnen de klas.

Hoe starten?
Start met 1 taakdoos en bouw dit geleidelijk op. Kies een taak die het kind aankan en zorg voor succeservaring. Leg de taak eerst individueel uit en gebruik visuele ondersteuning indien nodig. Nadien kan het kind zelfstandig aan de slag.

Differentiatie
Werk op het niveau van het kind en pas de moeilijkheid aan. Begin met concreet materiaal en ga geleidelijk over naar meer abstracte vormen. Je kan werken met verschillende niveaus en taken aanpassen aan interesses van het kind. Moeilijkere één-taak-dozen kan je individueel aanleren aan het kind.

Organisatie
Zorg voor een vaste plaats voor de taakdozen en een duidelijk structuur. (Van links naar rechts of van boven naar onder) Voorzie eventueel een aparte werkplek. Gebruik kaartjes of een overzichtsblad zodat kinderen kunnen aanduiden wanneer een taak klaar is. Bouw de taakspanning geleidelijk op en houd het niet te intens.

Materiaal
Je kan werken met dozen of mappen. Gebruik concreet en herkenbaar materiaal. Voorzie een visueel stappenplan en eventueel een timer. Zorg voor een goede balans in het aantal materialen in de doos. Zie dat alle materialen gebruikt moeten worden.

Voorbeelden
Voorbeelden van taken zijn: sorteeropdrachten, puzzels, rijgoefeningen, letter of cijfers herkennen, tellen, knutselactiviteiten, fijne motoriek, visuele waarneming of voorbereidende leeractiviteiten. Het is ook mogelijk om een activiteit voor de rest van de klas toe te voegen. Hierbij is het belangrijk dat de activiteit duidelijk is.

Tips
- Kies taken die haalbaar zijn en succeservaringen bieden (onder niveau).
- Zorg voor een duidelijk begin en einde.
- Gebruik visuele ondersteuning.
- Bouw geleidelijk op en start met 1 doos.
- Werk vanuit interesses van het kind.
- Voorzie herhaling om vaardigheden in te oefenen.
- Eindig met iets dat het kind leuk vindt.
- Zorg dat het kind zich niet ‘anders’ voelt. (eventueel kleuter naast zetten)
- Betrek de ouders en geef eventueel materiaal mee naar huis.
- Een study buddy of koptelefoon kan helpend zijn.
- Zelfcontrole is mogelijk bij de dozen.
- In de taakdoos kan je een visueel kaartje leggen. (Sclera)
- Gebruik maken van een beloningssysteem. (Bv extra turnen, naar andere klas)
Ik heb voor de leerkrachten een poster gemaakt waar deze info op staat. Ik heb deze 2 dingen ook toegevoegd. Daarbij heb ik ook een voorbeeld gemaakt en startklaar materiaal aangeboden.

Extra materiaal:
Ik heb voor de leerkrachten een paar posters gemaakt voor in de leraarskamer. Dit ligt op de tafel, zodat ze het rustig kunnen bekijken. Daarnaast heb ik gebruik gemaakt van concreet materiaal dat ze direct aan de slag kunnen met de één-taakdozen.
Posters:
Concreet materiaal:
Maak jouw eigen website met JouwWeb