De opdrachten
De opdrachten zijn ingedeeld, zodat u alles beter terugvind.
Opdracht 1
Inclusie en diversiteitsbeleid:
- Jouw stageschool
- Biografie van de school
- Inclusie op school
Opdracht 2
Communicatiebeleid:
- Beginsituatie communicatiebeleid analyseren
- Doelen formuleren eigen communicatieplan
- Communicatieplan opstellen
- Inclusieve communicatie
- Evaluatie communicatieplan
Opdracht 3
Zorgbeleid:
- Organigram zorgstructuur
- Analyse zorgbeleid
- Initiatief plaatsen binnen zorgcontinuüm
Opdracht 4
Kwaliteitsbeleid:
- Beginsituatie d.m.v. gegevensverzameling
- Opstellen actieplan
- Evaluatie
- Bijdrage aan inclusie
- Rapporteren
Opdracht 5
Innovatiebeleid:
- Doelbewuste selectie professionele leergemeenschap
- Analyse draaglast/draagkracht
- Inclusieve besluitvorming
- Doelbewuste selectie van vernieuwingsmodel
- Toepassing van het vernieuwingsmodel
-Reflectie op basis van het vernieuwingsmodel
Opdracht 1: Inclusie en diversiteitsbeleid
Jouw stageschool
Waar loop je stage of waar werk je, in welke rol of voor welke taken (vermeld je school- en voor BO- ook type/ opleidingsvorm; werk je voor een leersteunnetwerk, vermeld dan ook alle noodzakelijke gegevens (bv. type ondersteuning)
Ik loop mijn zorgstage in basisschool De Dames (regulier onderwijs), gelegen in de Lange Nieuwstraat 74, bij de kleuterschool. Tijdens mijn stage neem ik voornamelijk taken op van de zorgcoördinator en de zorgjuf.
Momenteel volg ik samen met mijn begeleidster MDO’s en verschillende soorten gesprekken. Daarnaast ga ik ook in de klas ondersteunen als zorgjuf, waarbij ik individuele kleuters begeleid. Je kan mij ook vaak terugvinden in de regenboogklas.
De regenboogklas is een klein klasje voor kleuters die nood hebben aan rust of extra ondersteuning bij het leren. Het is voornamelijk bedoeld voor kleuters die niet volledig tot hun recht komen in het reguliere klasgebeuren. Op dit moment zijn er zes kleuters die op bepaalde momenten in deze klas terechtkunnen.
Daarnaast vervang ik af en toe kort een klas of ga ik mee op uitstap. De school biedt mij de kans om alle taken uit te voeren die nodig zijn voor mijn opleiding. Ik werk er graag en voel me er goed.

Biografie van de school
Vertel in het kort waar jouw school voor staat. Wat is de visie van de school? Hoe merk je dat op de klasvloer?
Mijn school wil een warme en zorgzame katholieke school zijn, waarin het kind centraal staat. Ze streven ernaar om de talenten en creativiteit van elk kind te ontdekken en verder te ontwikkelen. Daarnaast hechten ze veel belang aan respect, open communicatie, diversiteit en een goede samenwerking met ouders. De school wil dat kinderen zich veilig voelen en zich kunnen ontplooien tot zelfstandige en positieve volwassenen.
Op de klasvloer merk ik duidelijk dat het kind echt centraal staat. Wanneer er personeelstekort is, doen de leerkrachten er alles aan om dit zo onmerkbaar mogelijk te houden voor de kinderen. Ook valt het op dat er sterk wordt ingezet op regels en respect voor elkaar.
Er zijn veel kinderen op school die het moeilijk hebben of anders zijn, maar de school doet er alles aan om hen te ondersteunen en te begeleiden. Daarnaast merk ik dat er sterk wordt ingezet op samenwerking met ouders. Er wordt vaak overlegd en samen gezocht naar wat het beste is voor het kind.
Tot slot zet de school sterk in op positiviteit. Leerkrachten stimuleren de kleuters om positief te denken en te handelen.
Waar is de school mee bezig? Wat zijn de prioriteiten dit jaar? Wat maakt jouw school bijzonder? Zijn er vernieuwingsprocessen aan de gang? Waarom zijn die er gekomen?
Inclusiviteit is een ander aspect waar ze erg aan doelt. Ze helpen leerlingen bij het oplossen van probleemmetingen die zij hebben. Inclusief onderwijs vinden ze ook toepassing, onder meer met het regenboogklasje die de eerste stap kan zijn voor leerlingen met bepaalde noodzaak. Ze werken ook aan geïntegreerde leerlingbegeleiding, en in dit proces ontwikkelen ze het GOK-plan, dat volgend schooljaar wordt afgerond. Het nieuwe leerplan krijgt deze tijd de focus.
Prioriteiten van de school passen goed bij het werk dat er op de school gedaan wordt. Taalontwikkeling, meertaligheid, inclusie, ontwikkeling van het GOK-plan en het ontwikkelen van het nieuwe leerplan zijn de hoofdpunten.
Wat ik kenmerkend vond aan de school, was het regenboogklasje dat ze toepassen, inclusiviteit en een maatwerk voor hun leerlingen. De school is ook een warme school en een school waar je veel verbondenheid voelt. Het is ook de multiculturele school die de leeromgeving rijk maakt.
Ja, de school is erg bezig met ontwikkeling. Ze hebben het nieuwe leerplan, effectieve didactiek en het sterken van de schoolcultuur.
Deze verandering komt door nieuwe inzichten, nieuwe visie en omdat de school wil reageren op haar leerlingen.

Link deze prioriteiten, thema’s en vernieuwingsprocessen aan de pijlers van beleidsvoerend vermogen in je analyse.
De prioriteiten, thema’s en vernieuwingsprocessen van de school tonen aan dat er actief gewerkt wordt aan het beleidsvoerend vermogen. Zo is er een duidelijke link met doeltreffende communicatie, onder andere door de sterke focus op taalontwikkeling en meertaligheid. In een multiculturele context is goede communicatie essentieel, zowel naar leerlingen als naar ouders en binnen het team. Ook het uitwerken van het GOK-plan en het nieuwe leerplan vraagt om overleg en goede communicatie.
Daarnaast blijkt uit het warme karakter van de school dat er sterke ondersteunende professionele en persoonlijke relaties aanwezig zijn. Initiatieven zoals het regenboogklasje en de geïntegreerde leerlingbegeleiding vereisen veel samenwerking tussen leerkrachten, zorgteam en directie. Dit zorgt ervoor dat de draagkracht versterkt wordt. Tegelijk wijst de betrokkenheid van verschillende teamleden bij projecten zoals het nieuwe leerplan en didactische vernieuwingen op gedeeld leiderschap, waarbij leerkrachten hun expertise kunnen inzetten.
Verder is er sprake van een duidelijke gezamenlijke doelgerichtheid. De school werkt vanuit gedeelde prioriteiten zoals taalontwikkeling, inclusie en kwaliteitsvol onderwijs, die zichtbaar zijn in verschillende initiatieven. Het responsief vermogen komt naar voren in de manier waarop de school inspeelt op de multiculturele context en de noden van haar leerlingen.
De school toont ook een sterk innovatief vermogen door in te zetten op een nieuw leerplan, effectieve didactiek ene en versterkte schoolcultuur rond gedrag. Deze initiatieven hangen samen en wijzen op een geïntegreerd beleid. Tot slot blijkt uit deze vernieuwingen dat de school reflectief te werk gaat en haar werking voortdurend in vraag stelt om te blijven groeien en verbeteren.
Welk soort diversiteitsbeleid voert je school. Is er sprake van een meritocratische of eerder egalitaristische visie? Welke aanpak(ken) (assimilatie, kleurenblind, pluralistisch of antiracistisch) hanteert de school in haar pedagogisch project? En licht je keuze toe.
Het diversiteitsbeleid van de school sluit het meest aan bij een egalitaristische visie. Hoewel er aandacht is voor gelijke kansen, gaat de school duidelijk verder dan een louter meritocratische benadering. Door sterk in te zetten op taalontwikkeling, het wegwerken van taalachterstanden en initiatieven zoals het regenboogklasje en het GOK-beleid, probeert de school niet alleen gelijke startkansen te creëren, maar ook elke leerling effectief te ondersteunen om tot gelijke onderwijskansen en resultaten te komen. De school houdt dus rekening met de verschillende beginsituaties van leerlingen en past haar werking hierop aan.
Wat betreft de aanpak binnen het pedagogische project, sluit de school het meest aan bij een pluralistische aanpak. De multiculturele context wordt niet genegeerd of onderdrukt, maar net erkend als een meerwaarde. Er is aandacht voor meertaligheid en diversiteit, en deze worden geïntegreerd in de klaspraktijk. Dit wijst erop dat de school verschillen tussen leerlingen niet wil wegwerken (zoals bij assimilatie), of negeren (zoals bij een kleurblinde aanpak), maar net wil waarderen en benutten. Elementen van pluralisme zijn zichtbaar in het streven naar gelijke onderwijskansen, het inspelen op de leefwereld van de leerlingen en het creëren van een warme, inclusieve schoolcultuur.
De keuze voor deze visie en aanpak kan verklaard worden door de specifieke schoolcontext. In een multiculturele omgeving met diverse noden is het noodzakelijk om verder te gaan dan een standaardaanpak voor alle leerlingen. Door in te zetten op ondersteuning op maat en het erkennen van verschillen; probeert de school elk kind maximale ontwikkelingskansen te bieden.
Inclusie op school
A.h.v. de vragenlijst van ‘index voor inclusie’ reflecteer je over inclusie op jouw school.
Op basis van de vragenlijst van index voor inclusie kan ik besluiten dat mijn school in grote mate inzet op inclusie. In het algemeen heerst er een open en respectvolle schoolcultuur waarin diversiteit wordt gewaardeerd. Leerlingen en personeelsleden krijgen de kans om zich te ontwikkelen en er wordt aandacht besteed aan het maken van een veilige omgeving met veel steun.
Nieuwe leerlingen en collega’s worden goed onthaald en begeleid. Hierdoor voelen zij zich snel thuis op school. Daarnaast wordt er inspanning geleverd om alle kinderen gelijke kansen te geven. Ook op vlak van ondersteuning en begeleiding is er een duidelijke structuur aanwezig. Hierbij wordt er geprobeerd om zo goed mogelijk in te spelen op de diversiteit binnen de school (bv. Buffet met eten van de verschillende landen)
Toch zijn er ook enkele aandachtspunten. De school is gelegen in de stad, wat ervoor zorgt dat de bereikbaarheid voor ouders/leerlingen en collega’s moeilijker is. Dit kan een drempel vormen voor participatie. Daarnaast zijn de schoolgebouwen niet volledig fysiek toegankelijk voor iedereen. Dit kan een belemmering zijn voor kinderen met een fysieke beperking en vormt een belangrijk werkpunt binnen het inclusiebeleid.
Algemeen vind ik dat de school sterk inzet op inclusie en op veel vlakken goed functioneert. Hiernaast zijn er nog enkele groeikansen, vooral op vlak van toegankelijkheid en bereikbaarheid.
Je reflecteert over de goede praktijken die heersen op school en je brainstormt met studenten en collega’s over de mogelijkheden die er nog zouden kunnen liggen.
Ik heb samengezeten met mijn mentor om na te gaan welke initiatieven rond inclusie al aanwezig zijn op school. Ze gaf aan dat ze momenteel bezig zijn met de één-taakdozen, maar dat de leerkrachten hun weg daarin nog aan het zoeken zijn. Dat leek mij meteen een interessant en waardevol initiatief om verder mee aan de slag te gaan.
Voordien had ik zelf ook al enkele ideeën in gedachten, die ik samen met een groep medestudenten heb besproken. Dit waren onder andere: een prikkelarme hoek of tentje, aparte dagschema’s, een buddy-systeem, individuele werkplannen, sociale vaardigheidstraining, werken in kleine instructiegroepen en pre-teaching.
Je licht je initiatief toe.
In mijn stageschool zijn ze sinds dit schooljaar gestart met het aanbieden van één-taakdozen in de klas. Dit is een vrij nieuw initiatief, waardoor ik merkte dat de leerkrachten nog zoekende zijn in hoe ze dit concreet kunnen toepassen in hun klaspraktijk. Ze gaven aan dat ze het soms moeilijk vinden om dit te combineren met hun rol als leerkracht, waarbij ze ook voortdurend beschikbaar willen zijn voor de hele klas.
Vanuit deze nood wilde ik hier graag op inspelen. Ik besloot om de leerkrachten te ondersteunen bij het verder uitwerken van de één-taakdozen, zowel op vlak van inhoud als gebruik. Daarbij stelde ik mezelf verschillende vragen: Wat moet er precies in zo’n doos zitten? Welke materialen zijn nodig? Hoe kan een leerkracht dit praktisch inzetten in de klas? En hoe kan je dit combineren met het lesgeven en het begeleiden van de volledige klasgroep?
Mijn doel was om niet alleen mee te werken aan het ontwikkelen van de dozen, maar ook om de leerkrachten handvatten te bieden zodat ze zich zekerder voelen in het gebruik ervan. Op die manier kunnen de één-taakdozen een effectief hulpmiddel worden binnen een inclusieve klaspraktijk.
Je linkt je initiatief aan de leerstof rond inclusie.
Binnen het kader van beloning kan ik mijn initiatief linken aan het verschil tussen inclusie, integratie, segregatie en uitsluiting. Bij inclusie staat centraal dat iedereen kan deelnemen en dat de omgeving wordt aangepast aan de noden van de kleuters. In plaats van dat kleuters zich moeten aanpassen aan een bestaand systeem, wordt het systeem zelf aangepast zodat elke kleuter kan meedoen.
In mijn school zijn ze dit schooljaar gestart met het aanbieden van één-taakdozen. Veel leerkrachten waren nog zoekende naar hoe ze dit konden toepassen en hoe ze dit konden combineren met hun rol als leerkracht.
Door mee te werken aan de ontwikkeling en het gebruik van de één-taakdozen help ik drempels te verkleinen in de klas. De taakdozen maken het mogelijk om activiteiten beter af te stemmen op verschillende noden en niveaus van kleuters. Het stimuleert ook het zelfstandig werken en kleuters ervaren succes. Hierdoor krijgen meer kleuters de kans om actief deel te nemen aan het klasgebeuren.
Op deze manier draagt mijn initiatief bij aan een meer inclusieve klaspraktijk, waarbij niet enkel verwacht wordt dat kleuters zich aanpassen aan het systeem, maar waarbij de klasomgeving wordt aangepast zodat verschillende kleuters kunnen deelnemen en zich betrokken voelen.
Opdracht 2: Communicatiebeleid
Beginsituatie communicatiebeleid analyseren
Je kan een communicatiematrix opstellen van alle communicatie die de school voert.
Je kan deze communicatie evalueren in functie van inclusieve communicatie. Je hanteert hierbij de netwerkthermometer en de principes die tijdens de les werden overlopen.
Parameter 1: Zijn er voldoende verbindingen en werken we dus regelmatig samen rond inclusie & diversiteit?
- Binnen het schoolnetwerk werken we intens samen rond inclusie en diversiteit, met expliciete aandacht voor het verstevigen van de samenwerking tussen leerkrachten zodat zij leren van elkaar. D. frequent
- Binnen het schoolnetwerk bespreken we hoe we tegemoet kunnen komen aan de diverse onderwijsbehoeften van alle leerlingen. D. frequent
- Binnen het schoolnetwerk werken we samen met collega’s nieuw lesmateriaal uit dat aansluit bij de interesses, het tempo, het niveau en de leerstrategieën van de leerlingen. D. frequent
- Wanneer iemand een nieuwe werkvorm of aanpak heeft gevonden, deelt hij/zij dit met de rest van het schoolnetwerk. C. meerdere keren
Parameter 2: Zijn er verbindingen tussen alle leden van het schoolnetwerk?
- Alle vragen omtrent leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften in ons schoolnetwerk gaan naar het zorgteam (zorgcoördinator/ leerkracht, leerlingbegeleider, etc.) B. oneens
- Het onderwijsaanbod afstemmen op de diverse onderwijsbehoeften is in ons schoolnetwerk een gedeelde verantwoordelijkheid van het volledige team. D. helemaal eens
- In ons schoolnetwerk wordt de expertise en ervaring van ieder teamlid benut in het omgaan met diversiteit & inclusie. D. helemaal eens
- In onze school werken we over de onderwijsniveaus (kleuter/ lager, verschillende graden secundair onderwijs) heen samen zodat er één lijn is in het omgaan met diversiteit op onze school. C. eens
Parameter 3: Is er voldoende diversiteit in jouw schoolnetwerk i.f.v. omgaan diversiteit en inclusie?
- Om inclusie en omgaan met diversiteit te bereiken is iedere partner (CLB, pedagogisch begeleiding, ONW) actief betrokken (dwz; én inbreng doen, én mee doen, én proces in beweging houden) waarbij ondersteuning voelbaar is tot op de klasvloer. D. helemaal eens
- Binnen het schoolnetwerk werken we op een aanvullende manier samen. D. helemaal eens
- Binnen het schoolnetwerk is de ervaring en kennis van alle teamleden aanvullend. D. helemaal eens
- Binnen het schoolnetwerk werken we enkel samen met teamleden die de kansen van inclusie en diversiteit willen benutten. B. oneens
- Binnen het schoolnetwerk werken we op die manier samen dat leerlingen en ouders volwaardig betrokken worden ifv inclusie en omgaan met diversiteit: D. helemaal eens
G Parameter 4: Sluit de inhoud van de samenwerking of wat er wordt uitgewisseld aan bij gewenste schoolcultuur en de doelstellingen van jouw school?
- Wanneer we overleggen over hoe we een leerling met specifieke onderwijsbehoeften best kunnen ondersteunen, streven we naar een zo inclusief mogelijke aanpak. D. helemaal eens
- Binnen het schoolnetwerk werken we op die manier samen dat wat we uitwerken aansluit bij wat de school nodig heeft. D. helemaal eens
- Binnen het schoolnetwerk versterken we de brede basiszorg
(brede basis zorg= een krachtige leeromgeving, waarbij alle leerlingen worden gestimuleerd en actief en preventief wordt gewerkt aan het welbevinden en de betrokkenheid van elke leerling. Met nodige aandacht voor een systematische opvolging en aanpak C. eens
- Binnen het schoolnetwerk werken we op die manier samen dat leerkrachten hun positieve houding ten opzichte van diverse leerlingen wordt ondersteund. D. helemaal eens
- In onze samenwerking denken we in termen van mogelijkheden en komen we tot oplossingen die voelbaar zijn tot op de klasvloer: C. eens
Wat gaat goed?
- Er is veel en frequente samenwerking rond inclusie.
- Het team voelt zich gezamenlijk verantwoordelijkheid.
- De expertise wordt benut en externe partners zijn betrokken.
- Er is een duidelijke inclusieve visie die goed aansluit bij de school.
- Ouders en kinderen worden betrokken.
Wat gaat minder?
- Rollen zijn niet altijd duidelijk.
- De samenwerking tussen kleuterschool en lagere school.
Doelen formuleren eigen communicatieplan
Je kan duidelijke SMART-doelen formuleren in functie van de communicatie rond je vernieuwing.
Smart doel: Tegen het einde van mijn stage hebben alle kleuterleerkrachten informatie gekregen over het gebruik van de één-taakdozen via een mondelinge toelichting of overlegmoment.
Specifiek
Ik informeer alle kleuterleerkrachten over het gebruik van de één-taakdozen via een mondelinge toelichting of overlegmoment.
Meetbaar
Minstens 5 kleuterleerkrachten hebben deze uitleg gekregen.
Acceptabel
Dit gebeurt in overleg met mijn mentor en sluit aan bij de noden van het team.
Realistisch
De communicatie gebeurt via bestaande overlegmomenten en informele gesprekken tijdens mijn stage.
Tijdsgebonden
Het doel bereik ik tegen het einde van mijn stageperiode.
Communicatieplan opstellen
Je communicatieplan moet een antwoord bieden op een aantal vragen: Met welke middelen? Met wie? Wanneer? Waarom?
Inclusieve communicatie
Heb je oog voor het inclusieve karakter van je communicatie? Hou je rekening met de valkuilen die werden besproken in de les?
In mijn communicatieplan heb ik bewust rekening gehouden met het inclusieve karakter van communicatie en met verschillende stakeholders binnen mijn initiatief. Dit zijn: de leerkrachten, de zorg coördinator, de directie en indirect ook de kleuters en hun ouders.
Allereerste vermijd ik ‘fake’ communicatie door eerlijke en transparant te zijn over het doel van de dozen. Ik stel deze niet voor als een perfecte oplossing, maar als hulpmiddelen. Ik creëer vertrouwen bij de leerkrachten en nodig hen uit om ook hun ervaringen en twijfels te delen. Daarnaast let ik sterk op mijn taalgebruik. Ik vermijd kwetsende termen en spreek niet over “zwakke” of “probleemleerlingen”, maar over kleuters met verschillende noden en talenten. Zo doorbreek ik rolbevestigende perspectieven en vermijd ik negatieve beeldvorming en stereotypering.
Verder probeer ik mijn communicatie zo herkenbaar mogelijk te maken. Ik werk met concrete voorbeelden uit de klaspraktijk, zodat leerkrachten zich hierin kunnen herkennen. Ik toon ook verschillende manieren waarop de één-taakdozen ingezet kunnen worden, zodat er ruimte is voor diversiteit in aanpak en geen 1 “juiste” manier wordt opgelegd. Omdat het initiatief inspeelt op ondersteuning van kleuters, hou ik rekening met het ethisch karakter van de boodschap. Ik benadruk dat de taakdozen er zijn om kansen te creëren en niet om kinderen te labelen of apart te zetten.
Daarnaast deel ik positieve en authentieke voorbeelden van hoe de taakdozen werken in de praktijk. Ik zet ook in op informele beïnvloeding. Door samen te werken met mijn mentor en andere leerkrachten die openstaan voor het initiatief. Tot slot maak ik gebruik van storytelling. Tijdens gesprekken vertel ik concrete situaties uit de klas waarin een kleuter dankzij een één-taakdoos meer betrokken was of succes ervaarde.
Evaluatie communicatieplan
Nadat het communicatieplan werd doorgevoerd toon je aan dat er een evaluatie was van het plan. Heb je iedereen bereikt die je wilde bereiken? Wat vonden de stakeholders van de communicatie? Wat vond je er zelf van? Zou je iets aanpassen in de toekomst?
Na het uitvoeren van mijn communicatieplan heb ik een evaluatie gemaakt van het proces en het resultaat. In het algemeen kan ik stellen dat ik mijn doelgroep grotendeels heb bereikt. De meeste kleuterleerkrachten hebben informatie gekregen over het gebruik van de één-taakdozen via mondelinge toelichting en informele gesprekken. Ik heb zowel de kleuter als lagere school bereikt door mijn infobundel in de leraarskamer te leggen.
De stakeholders reageerden vrij positief op de communicatie. Leerkrachten gaven aan dat de uitleg duidelijk en praktisch was, en dat de concrete voorbeelden hen hielpen om sneller met de taakdozen aan de slag te gaan. Ook mijn mentor en de zorgleerkrachten gaven aan dat de communicatie aansloot bij de noden van het team.
Zelf ben ik tevreden over hoe de communicatie verlopen is. Ik merkte dat mijn aanpak laagdrempelig werkte en dat leerkrachten zich vrij voelden om vragen te stellen. Dit zorgde voor interactie en betrokkenheid.
Toch zijn er ook enkele werkpunten. In de toekomst zou ik proberen om nog gerichter alle leerkrachten te bereiken, bijvoorbeeld door een vast moment te organiseren waarop echt iedereen aanwezig is.
Algemeen vind ik dat mijn communicatieplan goed heeft gewerkt, maar dat er nog kansen zijn om het bereik van de communicatie te versterken

Opdracht 3: zorgbeleid
Organigram zorgstructuur:
Wie werkt er allemaal in de zorg op jouw stageschool? Wie is waarvoor verantwoordelijk?
Binnen mijn stageschool zijn er verschillende mensen betrokken bij het zorgbeleid. Samen zorgen zij voor de ondersteuning van kleuters met diverse noden.
- Zorg coördinator (kleuter en lager)
- Zorgleerkrachten
- Klasleerkrachten
- CLB
- Ondersteuningsnetwerk
- Directie
- Logo
- Eventuele andere externe partners
Verantwoordelijkheden per actor

Welke externen worden betrokken in het zorgbeleid en waarom?
Binnen het zorgbeleid van mijn stageschool worden verschillende externe partners betrokken om de ondersteuning van kleuters zo optimaal mogelijk te maken.
Een belangrijke externe partner is het leersteuncentrum Expant. Deze leersteuncentrale ondersteunt de school bij het adviseren van kindermeisjes om kinderen te leiden die speciale onderwijsbehoefte hebben. Ze adviseren leerkrachten en de zorgcoördinator hoe ze het beste met specifieke behoeften in de klas kunnen omgaan.
Daarnaast bieden zij ook concrete ondersteuning op de klasvloer, bijvoorbeeld door mee te begeleiden tijdens activiteiten of door gerichte tips te geven die onmiddellijk toepasbaar zijn. Hun expertise helpt om het handelen van leerkrachten te versterken.
Het leersteuncentrum kan ook ingezet worden voor externe begeleiding van kinderen de extra ondersteuning nodig hebben. Dit gebeurt in samenwerking met de school, zodat de aanpakt op elkaar afgestemd blijft.
Tot slot kunnen zij ook een rol spelen in diagnostiek. Ze helpen mee om de onderwijsbehoeften van een kind in kaart te brengen en geven advies over mogelijke verdere stappen. Door samen te werken met externe partners zoals Expant kan de school beroep doen op gespecialiseerde kennis en ervaring.
Analyse zorgbeleid
Reflecteer op het zorgbeleid op school. Wat vind je sterk? Wat zou jij anders aanpakken. Op basis waarvan maak je deze inschatting?
Het zorgbeleid op school is opgebouwd volgens het zorgcontinuüm. Binnen de klas wordt er ingezet op differentiatie en ondersteuning, aangevuld met initiatieven zoals de één-taakdozen en de regenboogklas. Daarnaast is er een samenwerking met het zorgteam en externe partners zoals het CLB en het leersteuncentrum. Dat toont aan dat het zorgbeleid op een gestructureerde en doordachte manier is opgebouwd.
Wat ik sterk vind aan het zorgbeleid, is dat de duidelijke focus op inclusie en het welbevinden van de leerlingen. De school vertrekt vanuit de noden en mogelijkheden van elk kind en probeert hier zo goed mogelijk op in te spelen. Ook de samenwerking tussen leerkrachten, zorgcoördinatoren en externe partners is een grote meerwaarde. Dit zorgt ervoor dat leerlingen de nodige ondersteuning krijgen en dat zorgt niet alleen de verantwoordelijkheid van 1 persoon, maar gedragen wordt door het hele team.
Tegelijk zie ik ook enkele werkpunten. Zo merk ik dat leerkrachten nog zoekende zijn in het toepassen van bepaalde initiatieven. Dit wijst erop dat de ondersteuning van leerkrachten nog versterkt kan worden. Daarnaast is er soms onduidelijkheid in rollen en verantwoordelijkheden binnen het zorgbeleid, wat kan zorgen voor een mindere efficiëntie. Ook de afstemming tussen kleuter- en lagere school kan nog beter, zodat er meer continuïteit is in de begeleiding van kinderen.
Mijn inschatting is gebaseerd op mijn observaties tijdens de stage, gesprekken met leerkrachten en mijn eigen ervaring op school. Daarnaast koppel ik mijn bevindingen aan mijn eigen waarden en normen, gelijke onderwijskansen en een duidelijke structuur voor zowel leerkrachten als leerlingen. Voor mij is een sterk zorg beleid er één dat niet alleen een duidelijke visie heeft, maar ook praktisch haalbaar en gedragen is door het hele team.
Neem er nu ook de ontwikkelingsschalen begeleidingsprincipes bij. Stemt je eigen inschatting overeen met de inschatting op basis van deze ontwikkelingsschalen?
Om mijn inschatting van het zorgbeleid te onderbouwen, maak ik gebruik van de ontwikkelingsschalen begeleidingsprincipes van de onderwijsinspectie. Deze schalen onderscheiden vier niveaus: beneden de verwachting, benadert de verwachting, volgens de verwachting en overstijgt de verwachting.
Wanneer ik mijn eerdere analyse vergelijk met deze ontwikkelingsschalen, stel ik vast dat mijn inschatting grotendeels overeenkomt het met niveau “volgens de verwachting”. De school beschikt over sterke fundamenten op vlak van inclusie en zorg, maar er zijn nog enkele gerichte groeikansen. Deze conclusie wordt verder verduidelijkt aan de hand van de 3 dimensies.
School
Op schoolniveau is er een duidelijke visie op inclusie en gelijke onderwijskansen. De school zet sterk in op een warme, zorgzame omgeving waarin het kind centraal staat. Dit komt tot uiting in initiatieven zoals de regenboogklas en de sterke focus op taalontwikkeling en meertaligheid. Daarnaast is er een duidelijke zorgstructuur aanwezig met betrokkenheid van verschillende actoren zoals zorgcoödinator, het CLB en het leersteuncentrum.
Wanneer ik dit koppel aan de ontwikkelingsschalen, situeert de school zich op het niveau “volgens de verwachting”. De school werkt planmatig volgens het zorgcontinuüm, heeft zicht op de noden van leerlingen en onderneemt acties oom inclusie te bevorderen. Ook op vlak van positieve en inclusieve cultuur scoort de school sterk.
Toch zijn er nog enkele werkpunten. Zo is er soms onduidelijkheid in rollen en verantwoordelijkheden binnen het team, en kan de samenwerking tussen de kleuter- en lagere school sterk uitgebouwd worden. Dit verhindert dat de school op alle vlakken het niveau “overstijgt de verwachting” bereikt.
Leerkracht
Op het niveau van de leerkrachten merk ik een grote betrokkenheid en een positieve houding ten opzichte van inclusie. Leerkrachten werken samen, delen expertise en nemen een gedeelde verantwoordelijkheid op voor de begeleiding van leerlingen. Dit sluit aan bij de ontwikkelingsschalen rond interne samenwerking en inclusieve cultuur.
Toch ervaren leerkrachten ook onzekerheid, vooral bij nieuwe initiatieven zoals de één-taakdozen. Ze zijn nog zoekende naar hoe ze deze concreet kunnen inzetten in de klaspraktijk en combineren met hun dagelijkse werking. Dit wijst erop dat de ondersteuning van teamleden nog niet volledig optimaal is.
Daarom situeer ik het leerkrachtenniveau tussen “benadert de verwachtingen” en “volgens de verwachtingen”. Er is duidelijk potentieel en een sterk basis, maar er is nog nood aan gerichte ondersteuning, professionalisering en duidelijke handvatten om leerkrachten te versterken in hun handelen.
Leerling
Op leerlingniveau zei ik dat de school sterk inzet op inclusie en participatie. Leerlingen krijgen ondersteuning op maat en er wordt rekening gehouden met hun noden en mogelijkheden. Initiatieven zoals de regenboogklas en de één-taakdozen zorgen ervoor dat kleuters op hun eigen tempo en niveau kunnen werken en toch betrokken blijven bij het klasgebeuren.
Dit sluit aan bij de ontwikkelingsschalen waarin wordt verwacht dat scholen vertrekken vanuit de sterktes van leerlingen en inzetten op maximale participatie. De school slaagt hier goed in en bereikt op dit vlak het niveau “volgens de verwachting”.
Een belangrijk werkpunt blijft echter de fysieke toegankelijkheid van de school en de bereikbaarheid voor sommige ouders. Dit kan een drempel vormen voor volledige inclusie en participatie.
Op welk van de drie niveaus is jouw initiatief gefocust? Beoog je ook een invloed in de andere sferen?
Mijn initiatief rond één-taakdozen situeert zich binnen de 3 niveaus van het zorgbeleid: schoolniveau, leerkrachtniveau en leerlingniveau. De hoofdfocus van mijn initiatief ligt op het leerkrachtniveau. Tijdens mijn stage merkte ik dat leerkrachten nog zoekende waren in hoe ze de taakdozen concreet konden inzetten in hun klaspraktijk. Daarom heb ik hen ondersteund door uitleg te geven, concrete voorbeelden aan te bieden en een infobundel met richtlijnen en tips te voorzien. Op die manier wilde ik hun handelingsbekwaamheid versterken en hen meer vertrouwen geven in het gebruik van de taakdozen. Leerkrachten spelen namelijk een centrale rol binnen het zorgbeleid, aangezien zij het onderwijs dagelijks afstemmen op de noden van de kleuters.
Daarnaast heeft mijn initiatief ook een duidelijke invloed op het leerlingniveau. Door het inzetten van één-taakdozen krijgen kleuters meer structuur en duidelijkheid in hun activiteiten. Ze kunnen zelfstandiger werken en ervaren vaker succesmomenten, wat hun motivatie en betrokkenheid verhoogt. Bovendien maken de taakdozen het mogelijk om beter in te spelen op de verschillende noden en niveaus binnen de klas. Vooral voor kleuters met specifieke onderwijsbehoeften zorgt dit voor extra ondersteuning, zonder dat zij uit de klascontext worden herhaald. Op die manier draagt mijn initiatief bij aan inclusie en gelijke onderwijskansen.
Tot slot heeft mijn initiatief ook een invloed op het schoolniveau. Door mijn infobundel in de leraarskamer te leggen en informatie te delen tijdens overlegmomenten, wordt er gewerkt aan een meer gedeelde visie en aanpak rond het gebruik van taakdozen. De samenwerking met de zorgcoördinator en andere leerkrachten zorgt ervoor dat het initiatief breder gedrag wordt binnen de school. Op lange termijn kan dit bijdragen aan een meer structurele en consistente manier van werken rond differentiatie en inclusie.
Samengevat richt mijn initiatief zich in de eerste plaats op het leerkrachteniveau, maar heeft het ook een duidelijke impact op het leerling- en schoolniveau. Hierdoor draagt het bij aan een versterking van het zorgbeleid op verschillende vlakken en ondersteunt het een meer inclusieve klas- en schoolpraktijk.

Plaats het initiatief binnen het zorgcontinuüm
Als je kijkt naar het zorgcontinuüm waar zou jij je initiatief net plaatsen? Waarom heb je hiervoor gekozen?
Mijn initiatief rond de dozen situeer ik voornamelijk binnen de brede basiszorg en deels binnen de verhoogde zorg. In de eerste plaats horen de één-taak-dozen thuis binnen de brede basiszorg, omdat ze ingezet kunnen worden voor alle kleuters in de klas. De klasomgeving wordt aangepast zodat zoveel mogelijk kleuters zelfstandig en actief kunnen deelnemen aan het klasgebeuren.
Daarnaast kunnen de één-taak-dozen ook ingezet worden binnen de verhoogde zorg. Voor de kleuters die extra ondersteuning nodig hebben, kunnen de dozen gerichter en doelbewuster gebruikt worden. In dat geval bieden ze extra ondersteuning bovenop de basiszorg. Zonder dat de kleuter uit de klascontact wordt gehaald.
Binnen onze school worden de taakdozen voornamelijk gebruikt voor kleuters met andere leerdoelen, zodat zij toch zinvol aan de slag kunnen gaan. Dit is echter niet voor elk kind nodig en wordt daarom ook niet bij iedereen toegepast.
Opdracht 4: kwaliteitsbeleid
Beginsituatie d.m.v. gegevensverzameling
Je vergaart op een valide manier gegevens die de beginsituatie van je school in kaart brengen in functie van jouw initiatief voor inclusie. Je maakt hierbij gebruik van een weloverwogen tool (enquête, interview, lezen van het doorlichtingsverslag…) om die gegevens te vergaren.
Wat weet je al?
- De inhoud
- 1 taakje
- Klaar = weg
- Herhaling
- Rondleiding Merlijn
Wat wil je nog weten/leren?
- Wanneer inzetten?
- Wanneer zeggen van die is daar klaar voor?
- Doelen koppelen
- Bij wie kan ik dit inzetten?
- Concrete voorbeelden.
- Wat is belangrijk?
- Nog extra tips.
Tips:
- Less is more
- Basic
- Podcast taak-dozen: beluisteren van Expant
Raadpleeg een brede waaier aan bronnen over het thema en/of bevraag betrokken actoren.
Eéndoostaken, Leerzame taakdozen voor iedere doelgroep. (2024, 10 februari). Eendoostaken | Leerzame taakdozen voor iedere doelgroep. Eendoostaken | Leerzame Taakdozen Voor Iedere Doelgroep. https://eendoostaken.nl/
- Helpt bij onafhankelijkheid en zelfredzaamheid
- Speelse manier
- Laagdrempelig
Eéndoostaken, Leerzame taakdozen voor iedere doelgroep. (2024, 10 februari). Eendoostaken | Leerzame taakdozen voor iedere doelgroep. Eendoostaken | Leerzame Taakdozen Voor Iedere Doelgroep. https://eendoostaken.nl/
- Kies een taak die de kleuter aankan en een succeservaring biedt.
- Zorg voor een duidelijk begin en einde van de taak.
- Gebruik eventueel een timer of zandloper.
- Voorzie mogelijkheden tot zelfcontrole.
- Start met één taakdoos en breid later uit.
- Gebruik visuele ondersteuning zodat de kleuter zelfstandig kan werken.
- Bijna elke activiteit kan in een één-taakdoos worden aangeboden.
Leersteuncentrum ExpAnt. (z.d.). Spotify. https://open.spotify.com/show/79XTEkf3ReWPuGlbrjiYlb
- Kinderen leren verschillende taken na elkaar uitvoeren.
- Start met één doos en breid geleidelijk uit.
- Bouw taken op van concreet materiaal naar meer abstracte vormen (bv. foto’s).
- Taakdozen kunnen gecombineerd worden.
- Werk op het niveau van het kind en soms eronder, zodat succeservaringen mogelijk zijn.
- Het is een manier om kinderen tot werken te brengen.
- Het bevordert de concentratie.
- Kinderen kunnen extra oefenen op bepaalde vaardigheden.
- Betrek ouders en eventueel het CLB (niet verplicht, aangezien het breed inzetbaar is).
- Je kan materiaal mee naar huis geven om verder te oefenen.
- Vertrek vanuit de interesses van het kind en sluit aan bij klas-thema’s.
- Werk met een vaste structuur (bv. van links naar rechts, van boven naar onder).
- Focus bij kleuters op het uitvoeren van één duidelijke taak.
- Leer nieuwe taken indien mogelijk individueel aan.
- Begin of eindig met een leuke activiteit.
- Zorg dat het kind zich niet “anders” voelt.
- Voorzie eventueel een beloning of beloningssysteem.
- Geef de taakdozen een vaste plaats.
- Een study buddy kan ondersteunend werken.
KlasCement info@klascement.net. (z.d.). Aan de slag met werkdozen in de klas. KlasCement. https://www.klascement.net/video/101724/aan-de-slag-met-werkdozen-in-de-klas/
- Deze leerdomeinen komen aan bod:
- visuele waarneming: prenten associëren; voorwerpen vergelijken en ordenen;
identieke voorwerpen combineren;
verschillen opmerken
- visuele waarneming: prenten associëren; voorwerpen vergelijken en ordenen;
- tactiele waarneming: voorwerpen voelen, figuren herkennen ...
- voorbereidend schrijven: letters kopiëren, pengreep oefenen
- voorbereidend lezen: woorden matchen,
letters herkennen, letters sorteren - voorbereidend rekenen: voorwerpen tellen, aantallen groeperen, kwalitatieve en ruimtelijke relatiebegrippen begrijpen, getal beelden
- fijne motoriek: materialen grijpen, vasthouden en loslaten, rijgoefeningen, stapeloefeningen, insteekdozen
- vormgeving op papier: tekenen met sjablonen, stap-voor-stap tekenen
- cognitieve processen: sorteren van voorwerpen, vormen en kleuren, leggen van patronen, nabouwen van bepaald constructies in 2D en 3D
- ADL-training (algemeen dagelijks leven): kousen sorteren, bestek sorteren, kledij opvouwen, knopen dichtmaken, paperclips en wasknijpers gebruiken
- Voeg per fiche een foto van de taakdoos toe.
- Stem de taakdozen af op het kind en zijn interesses.
- Wordt vooral gebruikt bij type 2.
- Voor jonge kinderen is actie-reactie materiaal erg geschikt.
- Bouw de taakspanning van kinderen geleidelijk op.
- Werk met verschillende niveaus.
- Houd het niet te intens.
- Start met één domein.
- Zorg voor een goede balans in het aantal materialen in de doos.
Instagram. (z.d.). https://www.instagram.com/reel/DQCdx6eiNbr/
- Het ondersteunt zelfstandig werken, werkhouding, vaardigheden en structuur.
- Je kan werken met dozen of mappen.
- Gebruik kaartjes om aan te duiden dat een taak klaar is (bv. symbolen, kleuren of getallen).
- Voorzie een overzichtsblad waarop kinderen hun kaartjes kunnen kleven.
- Een aparte werkplek voor de kleuter is belangrijk.
- Een visueel stappenplan kan helpen, zeker in het begin met ondersteuning.
- Eindig met een taak die het kind leuk vindt.
- Een timer is niet nodig bij een duidelijk begin en einde.
- Je kan ook knutselactiviteiten in een taakdoos verwerken (zorg voor duidelijke instructies).
- Sommige kinderen hebben baat bij een koptelefoon of study buddy.
- Je kan hier al mee starten vanaf de peuterklas.
Kanaal Helder. (2022, 21 februari). Waarom ééndoostaken gebruiken? [Video]. YouTube. https://www.youtube.com/watch?v=rIlqKMcU0pY
- Je kan er snel mee aan de slag.
- Ook kinderen met weinig verbeelding kunnen hiermee werken.
- Het helpt kinderen die moeite hebben met organiseren.
- De duidelijke opdracht werkt rustgevend.
- Gelijkaardige taken zorgen voor oefening.
- Door herhaling kunnen kinderen vaardigheden aanleren.
- Echte materialen maken het concreet en begrijpbaar.

Op welk domein van het ROK kan je jouw initiatief plaatsen.
Mijn initiatief situeer ik voornamelijk binnen het deel “ontwikkeling” van het ROK. De taakdozen dragen bij aan een krachtige en stimulerende leeromgeving. Hierbij kunnen de kleuters op eigen niveau en tempo werken. Dit sluit aan bij het ROK, waarin verwacht wordt dat scholen een kwaliteitsvol aanbod voorzien dat voor de ontwikkeling van alle leerlingen is.
Het initiatief sluit ook aan bij leerlingenbegeleiding (zorg) binnen het ROK. De taakdozen maken het mogelijk om in te spelen op verschillen tussen kleuters en extra ondersteuning te bieden waar nodig.
Ik kies dus voor deze domeinen, omdat mijn dozen zowel het leren stimuleert als inspeelt op de diverse behoeften van kleuters.
Opstellen actieplan
Hoe wil je dit initiatief net aanpakken? Hoe ga je dit organiseren? Wie doet wat? Welke afspraken worden er gemaakt?
Als eerste stap ga ik een aantal vragen stellen aan de kleuterleerkrachten om na te gaan wat zij al weten over taakdozen en waar ze nog nood aan hebben. Op die manier vertrek ik vanuit hun beginsituatie en kan ik mijn initiatief beter afstemmen op hun noden. Daarnaast informeer ik ook bij externen binnen de school die mogelijks al meer ervaring hebben met taakdozen en extra tips kunnen geven.
Op basis daarvan ga ik gericht opzoekwerk doen. Ik verzamel informatie over hoe taakdozen concreet ingezet kunnen worden in de klas. Daarbij focus ik op tips en tricks zoals: welke materialen geschikt zijn, wat belangrijke aandachtspunten zijn en hoe je dit kan organiseren in de klas. Ook bekijk ik voor welke leeftijd taakdozen geschikt zijn en welke variaties er mogelijk zijn. Ik verzamel bruikbare links met ideeën en inspiratie.
Verder werk ik ook een aantal concrete voorbeelden van taakdozen uit, afgestemd op de kleuters die er al mee werken in de klas. Op die manier maak ik het voor leerkrachten herkenbaar en onmiddellijk toepasbaar.

Heb je rekening gehouden met de visie van de school in het uitwerken van de acties?
Bij het uitwerken van mijn dozen heb ik zeker rekening gehouden met de visie van de school rond inclusief onderwijs. In het schoolbeleid wordt sterk ingezet op het creëren van een leeromgeving waarin alle kleuters zich goed voelen en maximale ontwikkelingskansen krijgen.
Mijn initiatief rond de één-taak-dozen sluit hier nauw bij aan. De taakdozen maken het mogelijk om in te spelen op verschillen tussen kleuters en bieden kansen om zelfstandiger te werken. Dit zorgt ervoor dat ook kleuters met andere behoeften actief kunnen deelnemen in de klas. Dit sluit enorm aan bij de inclusieve visie van de school.
Daarnaast heb ik mijn acties gebaseerd op de noden die ik heb verzameld bij leerkrachten en andere betrokkenen binnen de school. Hieruit bleek dat er vraag was naar meer concrete handvatten en ondersteuning bij het gebruik van taakdozen. Externe input en bronnenmateriaal hebben mij geholpen om mijn initiatief verder vorm te geven.
Op deze manier is mijn initiatief niet alleen gebaseerd op theorie, maar ook op de praktijk en visie van de school.
Evaluatie
Hoe ga je dit proces evalueren? Wat liep er goed? Wat zou je anders willen aanpakken?
Rapporteren
Bekijk goed op de canvaspagina welke mogelijke opties er zijn en wat de verwachtingen zijn die hierbij horen.
Ik heb gekozen voor een website.
Opdracht 5: innovatiebeleid

Doelbewuste selectie professionele leergemeenschap
Op basis van je voorgaande organigram kan je al goed inschatten wie een belangrijke partner kan zijn voor jouw initiatief.
Voor mijn initiatief rond de één-taakdozen kies ik ervoor om een doelgerichte professionele leergemeenschap samen te stellen. Ik betrek in de eerste plaats de kleuterleerkrachten, omdat zij elke dag met de taakdozen aan de slag gaan in de klas en dus een belangrijke rol spelen in de concrete uitvoering. Daarnaast werk ik nauw samen met de zorg coördinator, ze beschikt over expertise rond zorg en differentiatie.
Ook de directie betrek ik, omdat zij een belangrijke rol speelt in het ondersteunen en verankeren van het initiatief op schoolniveau. Verder vind ik het waardevol om andere collega’s te betrekken, zodat er overleg en uitwisseling kan plaatsvinden en er gewerkt kan worden aan een gezamenlijke aanpak binnen de school.
Daarnaast doe ik beroep op het leersteuncentrum, omdat zij specifieke expertise hebben rond inclusie en ondersteuning van kinderen met extra noden. Tot slot betrek ik ook andere externe partners binnen de school, aangezien zij bijkomende inzichten en ondersteuning kunnen bieden in functie van het versterken van mijn initiatief.
Door deze partners doelgericht te selecteren en actief te betrekken, toon ik initiatief in het uitbouwen van samenwerkingen die bijdragen aan de ontwikkeling.
Analayse draagkracht/draaglast
Je kan je team plaatsen op een veerkrachtmeter. Je kan toelichten waarom je net die plaats hebt toegekend op basis van de leerinhouden.
Ik plaats mijn team in het midden van de veerkrachtmeter, met een neiging naar de veerkrachtige kant. Het team beschikt zeker over belangrijke bouwstenen van teamveerkracht, maar er zijn nog enkele groeipunten.
Enerzijds zijn er duidelijke sterktes die bijdragen aan de veerkracht van het team. Er is een sterke samenwerking en leerkrachten voelen zich gezamenlijk verantwoordelijk voor inclusie. Er wordt vaak overlegd en er is een open communicatie waarin ideeën en materialen gedeeld worden. Dit sluit aan bij de bouwstenen van teamveerkracht zoals ondersteunende relaties, positieve en gedeelde verantwoordelijkheid. De betrokkenheid van externe partners en ouders zorgt voor extra ondersteuning, dit is belangrijk tegen stress. Daarnaast is er een duidelijk visie op inclusie waarbij het kind centraal staat, wat zorgt voor gezamenlijke doelgerichtheid binnen het team.
Er zijn anderzijds ook enkele factoren die de veerkracht onder druk kunnen zetten. Zo merk ik dat leerkrachten nog zoekende zijn in het gebruik van de taakdozen. Dit kan zorgen voor onzekerheid en een verhoogde werkdruk. Deze taakdozen worden ook gebruikt in klassen waar veel kinderen met moeilijkheden zitten. Dit verhoogt de draaglast enorm. Daarnaast zijn de rollen en verwachtingen niet altijd even duidelijk en verloopt de samenwerking tussen de kleuter- en lagere school minder vlot. Momenteel is er ook een verschuiving in de kleuterschool (Er komt een extra klas), dit zorgt voor druk. Volgens de leerstof rond veerkracht kunnen onduidelijkheid, hoge werkdruk en gebrek aan structuur de veerkracht van een team verminderen en stress versterken. Dat kan ervoor zorgen dat het team minder goed kan terugveren bij veranderingen.
Wanneer ik dit koppel aan de definitie van teamveerkracht (het vermogen om met tegenslag om te gaan en er zelfs door te groeien), dan zie ik dat het team hier zeker potentieel in heeft. Ze staan open voor vernieuwing, werken samen en tonen betrokkenheid, maar hebben nog nood aan meer structuur, duidelijkheid en ondersteuning om volledig veerkrachtig te functioneren.

Op basis van de leerstof kan je goed inschatten wat mogelijke factoren zouden kunnen zijn die de veerkracht van je team zou kunnen aantasten.
Een eerste belangrijke factor is werkdruk. Binnen mijn stageschool merk ik dat leerkrachten veel verantwoordelijkheden hebben en dat nieuwe initiatieven zoals een-taak-dozen er nog bijkomen. Er zijn ook veel dagen in de week waar er vergaderingen zijn, dit zorgt ervoor dat leerkrachten vaak laat thuis zijn. Wanneer die draaglast te hoog wordt en er onvoldoende ondersteuning is, kan dit leiden tot stress en verminderende veerkracht.
Ook onduidelijkheid in rollen en verwachtingen spelen een rol. Uit mijn analyse blijkt dat het niet altijd duidelijk is wie waarvoor verantwoordelijk is. Een gebrek aan structuur en duidelijkheid kan zorgen voor onzekerheid, wat de stress verhoogt en het functioneren van een team onder druk zet.
Een derde factor is het zoekende karakter bij vernieuwingen. Leerkrachten geven aan dat ze nog niet goed weten hoe ze met de taakdozen moeten werken. Dit kan zorgen voor twijfel en een lager gevoel van competentie. In teamvaardigheid is net het gevoel van eigenwaarde en bekwaamheid belangrijk om met veranderingen om te gaan. Dit geld hetzelfde voor de extra peuterklas die erbij komt.
Tot slot kan ook verandering en innovatie op zich een stressfactor zijn. Volgens de leerstof kan stress positief zijn wanneer die tijdelijk en ondersteunend is, maar langdurige of onvoldoende begeleide verandering kan leiden tot overbelasting. In dat gevoel spreken we van een verhoogd risico op negatieve stress
Welke factoren zorgen voor extra draaglast op school in functie van je initiatief? Anderzijds kan je ook inschatten hoe je initiatief de draagkracht net zou kunnen versterken.
Factoren die zorgen voor extra draaglast:
Een eerste belangrijke factor is de extra werkdruk. Leerkrachten moeten tijd investeren in het begrijpen, voorbereiden en inzetten van de één-taakdozen. Omdat dit een nieuw initiatief is, vraagt dit extra denkwerk en voorbereiding bovenop hun bestaande takenpakket.
Daarnaast zorgt ook de onzekerheid en het zoekproces voor extra belasting. Leerkrachten geven aan dat ze nog niet zo goed weten hoe ze de taakdozen concreet moeten gebruiken in hun klas. Dit kan leiden tot twijfel en een gevoel van minder controle, wat volgens de leerstof stress verhogend werkt.
Ook onduidelijkheid in aanpak en verwachtingen kan de draaglast vergroten. Wanneer er geen duidelijke afspraken of structuur zijn rond het gebruik van de taakdozen, moeten leerkrachten zelf veel uitzoeken. Dit vraagt extra energie en kan voor frustratie zorgen.
Als laatste kan de combinatie met de klaswerking een uitdaging zijn. Leerkrachten moeten de taakdozen inzetten terwijl ze tegelijk de volledige klas begeleiden. Dit kan als intens en moeilijk ervaren worden.
Factoren waarbij mijn initiatief de draagkracht versterkt:
Mijn initiatief speelt hier bewust op in door ondersteuning en duidelijkheid te bieden. Door concrete voorbeelden, een infobundel en uitleg te voorzien, help ik leerkrachten om meer grip te krijgen op het gebruik van de taakdozen. Dit verhoogt hun gevoel van competentie en zelfvertrouwen.
Daarnaast versterkt mijn initiatief de samenwerking binnen het team. Door in gesprek te gaan, ideeën te delen en samen na te denken over de invulling van de taakdozen, ontstaat er meer verbondenheid en gedeelde verantwoordelijkheid. Dit zijn belangrijke bouwstenen van teamveerkracht.
Ook zorgt het initiatief bij aan succeservaringen, zowel bij kleuters als bij leerkrachten. Wanneer leerkrachten merken dat de taakdozen werken en kleuters er zelfstandig mee aan de slag kunnen werkt dit motiverend en versterkt dit hun draagkracht.

Inclusieve besluitvorming
In je verwerking toon je dat je oog hebt voor de basisbeginselen van inclusieve besluitvorming. (in-/uitchecken, uitnodigen van de nee-stem, …) In overlegmomenten probeer je dit zoveel mogelijk toe te passen. En/of je geeft aan waar nog mogelijkheden zitten naar de toekomst toe.
Tijdens overlegmomenten probeer ik bewust te werken met een check-in en check-out. Bij de check-in geef ik collega’s de kans om kort te delen hoe ze zich voelen of wat hen bezighoudt. Dit zorgt voor meer verbinding en maakt dat iedereen zich betrokken voelt bij het overleg. Op het einde van het overleg gebruik ik een check-out om te peilen naar hoe collega’s het gesprek ervaren hebben en wat ze meenemen. Dit helpt om alles te evalueren en geeft ruimte voor feedback.
Verder vind ik het belangrijk om te werken aan meerstemmigheid en verbinding. Ik stimuleer dat collega’s hun ideeën en ervaringen delen en probeer verschillende perspectieven samen te brengen. Op die manier ontstaat er gedeeld eigenaarschap en voelt niet één persoon zich verantwoordelijk voor de verandering, maar het hele team.
Tegelijk merk ik dat hier nog groeikansen liggen. In de toekomst zou ik nog bewuster kunnen inzetten op tools zoals het 4-stappenbesluit of een “gesprek op voeten”, zodat beslissingen nog beter genomen worden. Ook kan er nog meer aandacht gaan naar het expliciet maken van spanningen en het leren omgaan met verschillen in mening, zodat deze constructief ingezet worden.
Doelbewuste selectie vernieuwingsmodel
Je selecteert een vernieuwingsmodel waarvan je vindt dat het toepasbaar is op jouw initiatief.
Mijn infobundel kan je vinden op de volgende pagina.

Toepassing vernieuwingsmodel
Licht het vernieuwingsmodel dat je hebt gekozen toe.
Voor mijn initiatief kies ik voor een fasen model van onderwijsvernieuwing ,waarbij een vernieuwing stap voor stap wordt ingevoerd in de praktijk. Dit model is toepasbaar op mijn initiatief rond de één-taakdozen, omdat leerkrachten niet meteen volledig vertrouwd zijn met het gebruik ervan. Ze doorlopen een proces van kennismaking, uitproberen en uiteindelijk integreren in hun klaspraktijk. Mijn initiatief sluit hierop aan door hen stap voor stap te ondersteunen met concrete materialen, uitleg en voorbeelden.
Beschrijf de verschillende factoren van het model
Voor mijn initiatief kies ik voor het fasenmodel van Knoster. Dit model vond ik het best aansluiten bij mijn initiatief rond de eentaakdozen, omdat het duidelijk aangeeft welke factoren er nodig zijn om verandering te zien. Het toont ook aan welke problemen er kunnen ontstaan wanneer 1 van de factoren ontbreekt.
Visie
Binnen het kleuterteam was er een duidelijke visie aanwezig rond het gebruik van de dozen. De kleuterjuffen begrepen goed waarom deze werking belangrijk was voor de ontwikkeling van de kleuters. Ze hadden inzicht in het doel. Daarnaast wisten de juffen ook waar het initiatief naartoe wilde groeien en welke meerwaarde dit op lange termijn kon bieden. Omdat de visie duidelijk gecommuniceerd werd, ontstond er weinig onzekerheid of verwarring binnen het team.
Belang
De kleuterjuffen zagen het nut en de meerwaarde van de eentaakdozen duidelijk in. Verschillende leerkrachten maakten reeds gebruik van soortgelijke materialen. Ze merkten positieve effecten op bij de kleuters. Hierdoor groeide er sneller draagvlak voor het initiatief. Sommige leerkrachten gaven wel aan dat het voorbereiden van de dozen extra werk met zich meebracht. Toch begrepen ze waarom dit nodig was en zagen zij het belang ervan voor de kinderen. Daardoor ontstond er weinig weerstand tegenover de verandering en bleef de motivatie binnen het team aanwezig.
Plan
Voor de uitwerking van mijn initiatief stelde ik een duidelijk stappenplan op. De leerkrachten kregen voldoende uitleg over hoe ze met de dozen aan de slag moesten. De verschillende stappen werden helder gecommuniceerd, waardoor de meeste juffen goed wisten wat er van hen verwacht werd. Toch waren er soms nog kleine onduidelijkheden over wie bepaalde materialen moest voorbereiden of aanvullen. Er kon soms wat chaos ontstaan wanneer een andere juf in de klas stond en niet volledig mee was in de werking van de dozen.
Middelen
De nodige middelen voor het initiatief waren voldoende aanwezig. Omdat het project geen grote of dure materialen vereiste, verliep dit onderdeel vrij vlot. De dozen het nodige klasmateriaal konden gemakkelijk voorzien worden. Daarnaast was er ondersteuning vanuit de zorgjuffen. Door deze ondersteuning konden leerkrachten gemakkelijker inspelen op de noden van de kinderen en voelde het project haalbaar aan binnen de dagelijkse klaswerking.
competenties
De kleuterjuffen voelden zich voldoende competent om met de taakdozen aan de slag te gaan. Dankzij de infobundel die ik opstelde, kregen zij de nodige uitleg en ondersteuning om de werking correct toe te passen. Hierdoor groeide het vertrouwen binnen het team en was er weinig sprake van stress. De leerkrachten konden de dozen kwaliteitsvol inzetten in de klas. Bovendien stonden de meeste leerkrachten open om nieuwe ideeën uit te proberen en elkaar hierin te ondersteunen.

Reflectie op basis van vernieuwingsmodel
Je reflecteert over het gelopen innovatieproces a.h.v. het vernieuwingsmodel.
Bij de visie was er geen verwarring. Binnen het kleuterteam was er een duidelijke visie aanwezig. De juffen begrepen waarom de dozen belangrijk waren en welk doel ermee bereikt wilde worden. Hierdoor ontstond er weinig verwarring binnen het team. Iedereen wist dat de eentaakdozen bedoeld waren om zelfstandig werken en differentiatie bij kleuters te stimuleren. Doordat deze visie duidelijk gecommuniceerd werd, konden de leerkrachten zich gemakkelijker achter het initiatief plaatsen.
Bij het belang was er duidelijk geen weerstand. De leerkrachten zagen het belang van de eentaakdozen in. Hoewel sommige juffen aangaven dat het extra voorbereiding vroeg, merkten zij ook de positieve effecten bij de kleuters op. Hierdoor ontstond er weinig weerstand tegenover het initiatief. De meeste leerkrachten stonden open voor de vernieuwing en waren bereid om mee te werken. Het besef dat de eentaakdozen een meerwaarde betekenden voor de klaswerking zorgde ervoor dat de motivatie aanwezig bleef.
Bij het plan was er heel soms een lichte chaos. Er was duidelijk een stappenplan voorzien waardoor de meeste leerkrachten goed wisten hoe ze met de dozen moesten werken. Toch merkte ik dat er soms nog lichte chaos ontstond. Dit gebeurde vooral wanneer een andere juf in de klas stond of wanneer niet volledig duidelijk was wie bepaalde materialen moesten voorbereiden. Hierdoor besef ik dat een goed plan niet alleen duidelijk moet zijn, maar ook voldoende opgevolgd en herhaald moet worden binnen het team.
Bij de middelen was er weinig tot geen frustratie. De nodige middelen waren aanwezig om het initiatief uit te voeren. Er waren voldoende materialen beschikbaar en de ondersteuning van de zorgjuffen hielp om alles haalbaar te maken. Hierdoor ontstond er weinig tot geen frustratie bij de leerkrachten. Omdat er geen grote praktische problemen waren, zonden de juffen zich vooral richten op de inhoudelijke uitwerking van de dozen.
Bij de competenties was er geen angst of zekerheid. Dankzij de infobundel en de uitleg die gegeven werd, voelden de juffen zich voldoende competent om met de dozen aan de slag te gaan. De meeste leerkrachten voelden zich zeker genoeg om de materialen zelfstandig in te zetten in de klas. Er was weinig angst of onzekerheid aanwezig.
Maak jouw eigen website met JouwWeb